Sterrebos


sterrebos_bord1-klein

Het oorspronkelijke Sterrebos dateert uit 1765. Voor die tijd was dit gebied een steunpunt voor belegeraars die vanaf de heuvels rond Groningen de stad bestookten met hun kanonnen (bijvoorbeeld vanaf de Kempkensberg). Na het beleg van de bisschop van Münster (de bekende Bommen Berend) in 1672, zijn de hoogten afgegraven. Omdat de Groningers beducht waren voor nieuwe belegeringen werd het terrein aan zijn lot overgelaten.

In 1765 werd de stadshovenier Becker belast met de aanleg van het Sterrebos. Dit gebeurde op een nagenoeg vierkant terrein, open in het midden, met lanen die in acht verschillende richtingen liepen, zodat ze een ster vormden. Eén van de lanen liep in de richting van de Martinitoren. Tot 1883 bleef het park rechtlijnig. Toen verdween de ster, de rechte paden werden slingerpaadjes en aan de zuidzijde kreeg het bos een uitbreiding in landschapsstijl.
In deze tijd werd ook de gevangenis gebouwd. Na de tweede wereldoorlog is het bos “verkeerslachtoffer” geworden. Door de aanleg van autowegen is er niet veel van overgebleven.

Er zijn diverse bomen waar te nemen zoals de zomereik, wintereik en esdoorn. De esdoorn heeft in mei en juni lichtgele hangende bloemtrossen. Later in het jaar komen hieraan de bekende helikoptertjes.
De iep is er ook te zien; het is jammer dat het aantal iepen zo is afgenomen door de iepziekte (die verspreid wordt door de iepenspintkever). We zien de bruine beuk en de groene beuk die van elkaar te onderscheiden zijn door de kleur van het blad.

Struiken vormen de lagere begroeiing. We zien de hazelaar, de sneeuwbes (die heel lang zijn witte bessen draagt omdat ze niet aantrekkelijk zijn voor vogels) en de meidoorn.

Wat lager groeien enkele forse kruidachtige planten, zoals fluitenkruid, nagelkruid, stinkende gouwe en look zonder look. Deze plant (evenals de pinksterbloem lid van de familie der kruisbloemigen) draagt z’n eigenaardige naam omdat de stuk gewreven bladeren een uienlucht verspreiden. De ui (ook wel look genoemd) is echter niet in de verste verte verwant met de kruisbloemigen.

De laagste begroeiing is op z’n mooist in het voorjaar. Al in februari verschijnt de winterakoniet gevolgd door de voorjaarshelmbloem en de holwortel (maart – april). De holwortel vormt prachtige hyacintachtige bloemtrossen die paars-rood of wit van kleur zijn. De holwortel is in Nederland een zeldzame plant en komt alleen voor op enkele oude buitenplaatsen in Groningen en Friesland. In maart en april vinden we speenkruid, met z’n mooie heldergele bloemen, in overvloed. Hier en daar groeien bosanemonen.

In het Sterrebos vinden we diverse verwilderde bol- en knolgewasjes zoals sneeuwklokje, krokus, wilde hyacint, bostulp en vogelmelk. Ruim honderd jaar geleden werd aan het Rijksherbarium in Leiden gemeld dat in het Groninger “Sterrebosch” de bosgeelster was gevonden. Hij groeit er nog steeds, maar u moet er wel goed naar zoeken. Vermeldenswaardig is een prachtige, aaneengesloten groeiplek van het daslook (in een van het Sterrebos afgesneden deel aan de stadzijde van het viaduct). Het daslook bloeit wat later in het voorjaar met grote witte schermen. Weer een uienlucht, maar ditmaal is de benaming correct, want het daslook is nauw verwant met andere uiensoorten (allen behorend tot de familie der lelieachtigen). Het daslook is eveneens zeldzaam en wettelijk beschermd.

Bron: Groen Groningen, IVN


Grotere kaart weergeven

Routes

Foto’s


Overige documentatie

Excursie boomherkenning (pdf)

 Sterrebos rond 1980 (pdf)

www.sterrebos.info

Sterrebos op Wikipedia

Sterrebos op de website van de gemeente Groningen

geschiedenis van de Hereweg