Hoornse Dijk


hoornsche-dijk-bord2De Hoornse Dijk is gelegen langs de voormalige Drentsche Aa. Het vormde de bedijking langs de westelijke oever van de Aa. Het loopje wordt niet meer gebruikt om te bevaren. Wel liggen we enige woonboten in. Naast het kronkelende loopje van de ‘Drentsche Aa’ heeft men het Noord-Willemskanaal gegraven, en daar maken alle boten gebruik van. Indien men van het Noord-Willemskanaal naar het Paterwoldse Meer zou willen, moet men toch wel even gebruik maken van het oude stukje Drentsche Aa.
Tussen laatstgenoemd loopje en het Paterswoldse Meer ligt een sluisje. Bij dit sluisje groeit veel groot hoefblad. In het hele vroege voorjaar kunnen we langs de weg ook het kleine hoefblad zien. De bloemen van het grote hoefblad zijn roze buisvormige bloemetjes die samen zitten in een trosvormige pluim. Klein hoefblad heeft goudgele schijfbloemetjes. Gemeenschappelijk bezitten ze wel de eigenschap dat ze eerst bloeien en daarna pas bladeren krijgen. Als we een bladstengel van een klein hoefblad doorsnijden, zien we dat de vaatbundels de vorm van een hoef verbeelden; dit is een mogelijke verklaring voor de naam van de plant.

Begin jaren ’70 is het middelste gedeelte van de Hoornse Dijk opgespoten. Veel planten zijn toen bedolven, maar al gauw groeiden er wilgenbossen. Een wilg is immers een echte pionier. In de loop van de tijd zijn er veel meer verschillende soorten bomen en struiken bijgekomen. Langs de oever van het loopje staan elzen, die regelmatig gekapt worden om zo te zorgen dat het water niet dicht groeit. Langs de dijk, aan de zijde van het Paterswoldse Meer, liggen enkele vierkante bosperceeltjes. Dit zijn voormalige boerenerven. De boerderijen zelf zijn verdwenen en wat nog rest zijn enkele vruchtbomen en hoge populieren. Ook het riet wordt regelmatig gesneden, zodat ook dat geen kans krijgt om verder op te rukken. Het riet moet wel blijven, want in het voorjaar komen hier veel rietzangers, nachtegalen en rietgorzen om te broeden.

De rietgors is een opvallende vogel. Hij is onmiddellijk te herkennen aan zijn zwarte kop en de spierwitte halsband. Vleugels en rug lijken een beetje op die van de mus. De rietgors nestelt op de grond of er net iets boven in weelderige vegetatie. Het nest wordt goed verborgen en is gemaakt van grasstengels en halmpjes. Van binnen is het nest gevoerd met zacht plantaardig materiaal en haren. De eitjes van de rietgors worden ook wel schrijvers eitjes genoemd. Ze zijn bruin met allemaal vlekjes en haaltjes, net inktmoppen. Als de jongen uitgevlogen zijn, blijven ze met hun ouders nog tot oktober hier en dan gaan ze naar Afrika om het volgend voorjaar weer terug te keren.

Bron: Groen Groningen, IVN


Grotere kaart weergeven

Routes

Foto’s

Overige documentatie

Hoornse Meer op Wikipedia

www.paterswoldsemeer.nl

www.meerhoornsemeer.nl

www.meerschap-paterswolde.nl/badweg.html