De Braak


de-braak-bord-klein“De Braak” is een oud landgoed, gelegen aan de westrand van de Hondsrug. Het dateert al van voor 1705, want in dat jaar werd door Egbertus Veelekens ter Schelfhorst, luitenant van een compagnie te voet en Tecla Cloot “de Braecke” verkocht aan Lucas Nijsingh en Arendina Emmius. In 1721 wordt het landgoed geërfd door Lucas Trip, raadsheer en burgemeester van Groningen. In 1779 wordt “De Braak” verkocht aan Jozef Trip – een verre verwant van Lucas Trip – en nadien komt de bezitting in handen van de familie Van Hasselt. Omstreeks 1830 wordt de familie Hesseling eigenaar en later de bekende industrieel J.E. Scholten (zoon van W.A. Scholten). Tenslotte, en dan is het 1920, gaat het landgoed over in eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, waarmee het ongeschonden voortbestaan van dit prachtige stuk natuur verzekerd is.

De voormalige bezitters van “De Braak” hebben gewoond op een burcht, die gelegen was tussen de beide vijvers. Hij werd in 1890 afgebroken; van het materiaal werd het tegenwoordige boswachtershuis gebouwd op een plaats waar voordien wat kleinere boerderijen stonden. Het landgoed “De Braak” bezit een doolhof, het is weliswaar klein, maar voor kinderen de moeite waard. Het doolhof is vermoedelijk in 1825 aangelegd en bestaat voornamelijk uit haagbeuk. Aan de naam haagbeuk zou men kunnen denken dat deze boomsoort verwant is aan de beuk, maar dat is niet het geval. Samen met de berk, els en hazelaar behoort de haagbeuk tot de hazelaarachtigen. In de winter zijn de mannelijke katjes al waar te nemen. De stam is vaak onregelmatig van vorm. Het hout van de haagbeuk is erg hard en duurzaam en men gebruikte het vroeger voor het maken van molenwieken en wielspaken. Behalve de haagbeuk komen we nog meerdere boomsoorten tegen, zoals eik, beuk, lijsterbes, hazelaar, Japanse esdoorn, hulst, kastanje en de fijnspar.

Al vroeg in het voorjaar kunnen we de mooie witte bloemen van de bosanemoon bewonderen. De bloei in het vroege voorjaar (maart – april) is noodzakelijk, omdat de bomen dan nog kaal zijn en de bosplanten volop van het zonlicht kunnen profiteren. Wat later in het jaar vinden we er springzaad, met hangende gele bloemetjes. De vruchten van deze plant (die familie is van de veel grotere springbalsemien) springen, als ze rijp zijn, bij de minste aanraking open en de zaden worden dan ver weggeslingerd.

Behalve bomen en planten komen er ook veel vogels voor in “de Braak”. De grootste die er voorkomen en broeden zijn de blauwe reiger en de roek. De nesten van beide vogelsoorten, die in kolonies broeden, zijn hoog in de bomen gebouwd. Vooral in het voorjaar zijn ze goed te zien. In de zomer wordt dat moeilijker, omdat het dichte bladerdak het zicht dan bemoeilijkt. Voor de reiger is het hooggelegen nest een moeilijke plaats om te landen met zijn lange poten. Een enkele reiger mist dan ook nog wel eens zijn nest en duikelt dan naar beneden.
Behalve deze twee soorten herbergt “De Braak” nog vele andere, waaronder heel wat zangvogeltjes zoals de tjif-tjaf die telkens zijn naam roept en de fitis, die uiterlijk veel op de tjif-tjaf lijkt maar die een veel mooier liedje ten gehore brengt.

Met een beetje geluk zien we, vanaf de hoogte aan de noordzijde van “De Braak” enkele reeën in de weilanden grazen.

Bron: Groen Groningen, IVN


Grotere kaart weergeven

Routes

Foto’s


Overige documentatie

De Braak volgens Natuurmonumenten

De Braak op Wikipedia