oosterpolder-bord1De Oosterpolder is een inmiddels weer natte polder tussen Haren en het Winschoter Diep. Het landschap is heel gevarieerd. In de gegraven waterplas leven veel watervogels, er is een moerasbosje met elzen waar reeën zich overdag schuilhouden. De kleine bonte specht woont in de oude bomen in de voormalige eendenkooi. In de natte delen groeien planten als gele waterkers en oeverzegge, kruipende boterbloem treft u aan in de graslanden. Er loopt een wandelpad door de polder. Vanachter het vogelkijkscherm bij de waterplas kunt u de vogels rustig bekijken zonder ze te verstoren.
De Oosterpolder maakt net als de andere Zuidlaardermeerpolders deel uit van het beekdalsysteem van de Hunze. Na de voorlaatste ijstijd – ca. 100.000 jaar geleden – vormde smeltwater het brede en diepe stroomdal van de Hunze. Zowel het grondwaterpeil als de zeespiegel stegen en de invloed van de zee was tot voorbij Emmen merkbaar. Later volgden perioden waarin afwisselend zand, veen en klei werden afgezet.

Vóór de middeleeuwen stond de sterk kronkelende Hunze via het Reitdiep rechtstreeks in verbinding met de zee. Aan de hand van luchtfoto’s en oude topografische kaarten heeft Het Groninger Landschap diverse meanders kunnen terugvinden. Eén ervan is uitgegraven en bleek gevuld te zijn met zeeklei. In de klei trof men turven aan, kogelpotscherven (vermoedelijk uit de 12e/13e eeuw), houten voorwerpen met pengatverbindingen, en botmateriaal van een hert en een schaap (vermoedelijk uit de 10e eeuw).

In de 13e eeuw werd de Hunze vergraven om daarmee een betere waterafvoer naar de Waddenzee mogelijk te maken. Hierdoor werd het tevens mogelijk turf af te voeren met schepen. De naam van het dorp De Groeve herinnert nog aan de graafwerkzaamheden waarmee de verlegging van de rivier gepaard ging.

Enorme oppervlakten van de vochtige graslanden stonden onder water. De percelen die het dichtst langs de rivier de Hunze lagen en regelmatig overstroomden waren ongeschikt voor akkerbouw. Ze werden dan ook vooral gebruikt als hooiland of naweidegebied. Dit soort percelen werden maden, meeden of mieden genoemd.

In de 18e eeuw is men, met behulp van windmolens, begonnen om het waterpeil zo te verlagen dat de graslanden bruikbaar werden als hooi- en weilanden. In 1877 werd het Reitdiep bij Zoutkamp afgesloten, waardoor de invloeden van de zee niet langer doordrongen tot in de Hunze.

In de loop van de twintigste eeuw is het gebied steeds verder ontwaterd en meer geschikt gemaakt voor de landbouw. Gelukkig hebben er geen grote herverkavelingen plaatsgevonden, waardoor de kleinschaligheid van het gebied is behouden.

Over de ouderdom van de Oosterpolder is weinig bekend. Gezien de nabijheid van Haren en Essen is het waarschijnlijk dat de polder al vroeg in gebruik was als madeland (hooiland) Gedurende lange tijd heeft er, nabij de huidige waterzuiveringsinstallatie, een eendenkooi gestaan. De contouren van de kooi zijn, evenals die van een oud steenhuis, nog altijd zichtbaar in het landschap.
Vanaf 1855 werd de polder bemalen door een windmolen. Deze molen raakte in 1928 zwaar beschadigd door een windhoos, waarna men overschakelde op elektrische bemaling.

De bebouwing in de polder, de wijk Oosterhaar, is tamelijk recent, in 1832 waren de weilanden nog vrijwel geheel onbebouwd.

Bron: http://www.groningerlandschap.nl/Beleef_het_Groninger_landschap/Onze_gebieden/Zuidlaardermeergebied/Oosterpolder