scharlakenbos_bordEen voortzetting van de bossen van Appèlbergen en het Noordlaarderbos vinden we in de Scharlakenhof of beter Scharlakenbos te Haren. Ook hier is een afwisseling van loof- en naaldbos waar te nemen. Daarnaast is het een zeer gevarieerd bos, doordat het niet een geheel gesloten bos is, maar tevens bestaat uit vele inhammen, zijnde weilanden omzoomd door houtwallen. Hierdoor is het een ideaal bos voor vogels.

Er zijn vogels die in loofbomen huizen en vogels die de voorkeur geven aan naaldbomen. Een vogel die zich thuis voelt in een loofboom is bijvoorbeeld de braamsluiper. Deze voedt zich met bladluizen en bessen. Daarnaast zijn er ook vogels te noemen die in beide typen bomen leven, o.a. de gekraagde roodstaart.
De pimpelmees komt ook wel in beide boomtypes voor, maar als het er op aan komt, dan zit hij toch het liefst in loofbomen. Daar voedt hij zich met zaden en bessen, maar op larven en eieren is hij ook verzot. De tjif-tjaf kun je er ook horen, in de zang herken je zijn naam.

In het gebied komen ook grote bonte spechten voor. Bij het voedsel zoeken klimmen ze tegen de boomstam op, daarbij steunend op hun stijve staart. Met hun lange tong halen ze insectenlarven achter het boomschors vandaan. ’s Winters voeden ze zich ook met dennenzaden. Spechten maken roffelende geluiden door met de snavel op veelal dode, sterk resonerende boomtakken te timmeren. Dit is een waarschuwing voor andere spechten om uit het territorium te blijven.

Er zijn vele soorten bomen in het Scharlakenbos te vinden, o.a. lijsterbes, berk en zomereik. Bij de zomereik zitten de bladeren op een zeer kort steeltje, bij de wintereik juist op een lang steeltje. Daarentegen heeft de wintereik korte vruchtstelen en de zomereik lange.
Ook beuk, witte acacia en den kunnen we er aantreffen.

Het bos wordt hier en daar doorkruist met slootjes. Hierin vinden we veel poelslakken en een rijke waterplantenvegetatie.

Verschillende soorten varens komen we in het bos tegen. Genoemd kunnen worden: mannetjesvaren, wijfjesvaren, brede stekelvaren, eikvaren, dubbelloof en koningsvaren. Deze laatste kan wel twee meter hoog worden.
Varens zijn planten die het zonder bloemen en zaden stellen. Ze planten zich voort door middel van sporen. De sporen worden gevormd in zeer kleine sporendoosjes, die in bruine hoopjes aan de onderkant van de bladeren zitten en meestal bedekt zijn door een vliesje.
Bij de koningsvaren en dubbelloof worden de sporen gevormd aan speciale bladeren in het centrum van de plant. De sporen, die van augustus tot november verschijnen, worden door de wind verspreid.
Varens zijn overblijvende planten waarvan de jonge bladeren altijd opgerold zijn.

Bron: Groen Groningen